Door op 2 april 2016

Neem een voorbeeld aan Oost!

Wat inmiddels genoegzaam bekend is:
– Steeds meer jongeren met problemen moeten langer wachten voordat ze hulp kunnen krijgen;
– Vele duizenden thuishulpen zijn hun baan kwijt geraakt;
– In plaats van de beloofde (tien)duizenden banen voor jongeren én ouderen die het op de normale arbeidsmarkt moeilijk hebben zijn het er nu een paar honderd;
– Steeds meer mensen leven langdurig in armoede;
– Kleine werkgevers lijken minder snel geneigd iemand een vast contract te geven omdat ze vrezen voor extra kosten en gedoe bij ontslag;
– De uitbetaling van budgetten in de zorg en de verrekening van de eigen bijdragen in de WMO is nog steeds niet op orde;
– De hoogte van de eigen bijdrage in de zorg komt voor te veel mensen nog als een verrassing;
– Over de slecht onderbouwde vermindering van het aantal uren huishoudelijke hulp voeren burgers nog steeds rechtszaken tegen hun eigen overheid;
– De decentralisatie in de gehandicaptenzorg lijkt tot aantasting van de kwaliteit van de zorg voor de zwakkere groepen te leiden.
Wat we ook al een tijdje weten:
De PvdA staat historisch laag in de peilingen.
Ik vermoed een verband.
Terwijl wij als partij toch al de hele tijd heel erg geduldig hebben uitgelegd dat alle veranderingen die wij in gang hebben gezet – en die bovenstaande effecten hebben gehad – noodzakelijk zijn om Nederland economisch sterker te maken.
En elke keer als ik dat hoor denk ik: hoe komt het toch dat wij – ook als partij – 20 jaar de tijd nemen voor de beperking van de hypotheekrenteaftrek – en daarbij het effect hiervan op de portemonnee van iedereen, dus ook van de hoge inkomens, beperken door de belasting te verlagen – en dat wij tegelijkertijd genoegen nemen met een overgangstermijn van 1 of 2 jaar voor de grootscheepse herziening van welzijn en zorg zonder echt te eisen dat eerst de uitvoering op orde is. Met als onvermijdelijk gevolg dat wij nu telkens noodmaatregelen moeten nemen om het ergste leed te verzachten. Maar dat leed blijft er, zie de opsomming aan het begin.
Het gaat er niet eens om of de maatregelen verdedigbaar zijn met een verwijzing van de economische toekomst van Nederland. Het gaat er vooral om dat wijzelf het vertrouwen van onze kiezers in onze partij hebben kwijtgemaakt. Zij dachten erop te kunnen vertrouwen dat zaken die zij belangrijk vinden (zorg, werk, pensioen) bij ons in goede handen waren. En wij hebben ze laten zitten, vinden zij.
Neem de verhoging van de pensioenleeftijd. Jaren wordt erover gepraat en dan is het – in de beleving van velen – plotseling zover en gaat de pensioenleeftijd omhoog. Een grote meerderheid van de werknemers die op de rol staan om binnen afzienbare termijn met pensioen te gaan voelen zich overvallen door de maatregel. En heel veel van deze mensen zijn (zeer) boos over deze manier van doen. Vooral de mensen die al kampen met gezondheidsklachten. Technisch gesproken kan het beleid misschien wel kloppen, maar menselijkerwijs?
En nu het toch over pensioen gaat: de dreiging van kortingen op het pensioen bij velen is inmiddels bijzonder groot. Een heel belangrijke oorzaak van deze dreiging is de extreem lage rentestand. Dat heeft weer te maken met de financiële en economische crisis die al weer jaren woedt. De Europese regeringen, dus ook de onze, dragen bij aan deze crisis door te blijven bezuinigen. Beleid dat onze minister van Financiën zonder schroom verdedigt. Dat is natuurlijk mooi, een heel systematisch beleid. Maar als dat even systematisch leidt tot lagere pensioenen van mensen die de afgelopen jaren ook al koopkracht zijn kwijtgeraakt, wie doe je er dan op korte of lange termijn plezier mee? Europa?
Hoe verdedigbaar bepaald beleid misschien ook kan zijn, als je niet weet wat je met je besluit aanricht en niet de tijd en de maatregelen neemt om de schade zo klein mogelijk te houden, dan heb je een slecht besluit genomen. Zeker als je kunt aan zien komen dat een hele grote groep mensen die slecht in staat is om zichzelf te redden last krijgt van jouw besluiten. Die last verdedigen met (onder andere) de noodzaak tot bezuinigen is toch wat dubieus. Het zijn geen bezuinigingen. Het is het verschuiven van een gezamenlijk gedeelde last in de vorm van belasting naar een privé te dragen last in de vorm van eigen bijdragen of (meer) uren aan zorg voor je ouders of je buurman. Last die zwaarder gaat drukker op frêle schouders.
Een uitvoeringsvoorbeeld in het klein op het gebied van jeugdzorg, bij ons in Oost. Mede op initiatief van Arjan Miedema, ons duo-raadslid in het algemeen bestuur van Oost, zijn eind februari ongeveer alle partijen die bij jeugdzorg betrokken zijn bij elkaar gekomen om na te gaan hoe de onderlinge samenwerking en afstemming nu loopt. Dit werd inzichtelijk gemaakt aan de hand van twee voorbeelden . Een ervan was een melding van overlast door een jongere. De politie stak als eerste haar hand op en ging met deze melding aan de slag. Eenmaal klaar met het werk wilde de politie deze “zaak” doorzetten naar de volgende partij. Om dit te doen wilde de politie gaan bellen met een bepaald meldpunt. Directe reactie van een aantal andere aanwezigen: dit nummer is al geruime tijd niet meer in gebruik. En zo gaat het bij de eerste schakel in de keten al fout.
Een ander voorbeeld, uit het Amsterdamse. Een jaar na de decentralisatie van de jeugdzorg deed de Inspectie voor de Jeugdzorg onderzoek naar het functioneren van het nieuwe stelsel zoals dat in Amsterdam, onder de naam Veilig Thuis, is opgetuigd. De inspectie had veel goeds te melden maar ook op bepaalde punten kritiek. Een van die punten was de niet zo snelle en goede afhandeling van (spoedeisende) meldingen over huiselijk geweld.
Wat schrijft de gemeente Amsterdam in een reactie (behalve natuurlijk dat er maatregelen genomen worden om het beter te doen): “De problematiek van huiselijk geweld en kindermishandeling benadert Veilig Thuis integraal. Veilig Thuis valt onder de gemeentelijke regie en is onderdeel van de brede transformatie in het sociaal domein. Niet alleen Veilig Thuis is nieuw maar ook het stelsel waarin Veilig Thuis opereert is nog sterk aan verandering onderhevig. Het vergt de nodige tijd voordat de kaders en de samenwerkingsverbanden in dit domein zijn uitgekristalliseerd. Hier wordt hard aan gewerkt.”
Stel je bent op de steeds langere wachtlijst voor jeugdzorg terecht gekomen, je hebt problemen met je zoon of dochter en krijgt te horen dat de vertraging komt omdat de kaders nog niet zijn uitgekristalliseerd. Zou je dan begrijpend knikken en gerustgesteld afwachten wanneer je wel aan de beurt komt?
Je kunt goed beleid slecht uitvoeren. Je kunt ook slecht beleid slecht uitvoeren. In beide gevallen heb je een probleem. Als het beleid bestaat uit het grootscheeps verleggen van verantwoordelijkheden dan wordt de uitvoering pas echt ingewikkeld. Als de nieuwe verantwoordelijken dan niet de tijd krijgen, de tijd nemen en de aandacht hebben voor de nieuwe uitvoering, dan is het risico op rotzooi enorm. Daar hebben burgers, onze bewoners, direct last van en vooral de burgers die amper een stootje kunnen velen. En misschien nog wel funester: het leidt tot onzekerheid en tast het vertrouwen in de overheid aan. Misschien zou zo’n bijeenkomst zoals wij onlangs in Oost hebben gedaan verplicht gesteld moeten worden voordat beleid echt tot uitvoering wordt gebracht. Zo’n toets op uitvoering biedt natuurlijk geen garantie dat daarna alles goed gaat, maar het legt wel de knelpunten bloot. Als je daarna nog niets doet en te onvoorbereid van start gaat dan mag je je gelukkig prijzen voor elke stem die je nog krijgt.